goed / fout

Een tijdje geleden werd ik gevraagd om een workshop te verzorgen tijdens het studentsymposium van Fontys Sittard. Het opleidingsinstituut waar ik zelf bijna 20 jaar geleden het diploma docent wiskunde behaald heb. Het onderwerp van die dag was ”Deuren open: Van binnen naar buiten – en van buiten naar binnen”. Natuurlijk zeg je ja als je iets over Agora mag vertellen. Vertellen over hoe wij de deuren open zetten voor de buitenwereld en niet meer in vakken denken en leren. Wat deze aanpak voor de leerlingen en voor de docenten (die wij Agoriaanse Meesters noemen) betekent. Misschien kan ik met mijn verhaal een van deze aankomende docenten inspireren om de gedachten van Agora mee te nemen in zijn / haar eigen onderwijscarrière. Het was in ieder geval leuk om te doen en de reacties waren positief te noemen. Ik zag een publiek dat redelijk in verwarring was gebracht.

Twee keer mocht ik mijn verhaal doen. 30 Minuten presenteren en 15 minuten vragen stellen uit het publiek. Twee keer een goed gevuld lokaal (25-30 personen). Wat mij wel opviel was de verhouding jongens  / meisjes. Ik schat zo’n 30% / 70%. De tweede sessie waren ook meer docenten aanwezig dan in de eerste sessie. De eerste groep was in het begin wat gereserveerd, maar kwam halverwege mijn presentatie flink op stoom. De ene vraag na de andere over de mogelijkheden om op deze manier les te geven. Constructief nadenken over mogelijkheden om de buitenwereld naar binnen te halen en samen te werken in een team van docenten. Elkaar aanvullen bij de begeleiding van de leerling. Een enkeling die na kerndoelen en eindexamen termen vroeg. De twee sessie was anders. Veel sceptischer, met veel “ja, maar”-vragen. Interessante vragen die wij vaak horen en typisch zijn voor het huidige onderwijs dat steeds meer onder spanning staat. Hoe zit het met de eindtermen? Hoe zit het met de kwaliteit van de leermiddelen?  Hoe garandeer je dat een leerling klaar is voor het eindexamen als je niet toetst en geen methode hebt? Al die vragen zijn begrijpelijk. Wij hebben er nu bijna drie jaar Agora opzitten en hebben ook nog genoeg vragen. Wat ik  de opleiding en studenten wil meegeven, is dat de docent o zo belangrijk is bij de ontwikkeling van een kind. De kwaliteit van een docent is om te zien of de leerling groeit. Dat is niet afhankelijk van een vak, een methode uit een boek dat bestaat uit hoofdstukken, paragrafen en toetsen. Het proces, de strategie om het leren te organiseren, de begeleiding van de kennisontwikkeling van een leerling dat niet beperkt wordt door een vooraf opgesteld curriculum. De creativiteit om de nieuwsgierigheid die in iedereen zit te blijven aanwakkeren. Dat is een kwaliteit die naast de vakinhoudelijke kwaliteit van een docent die niet te automatiseren is. Dit vraagt wellicht andere competenties van een docent dan waar nu de nadruk op gelegd wordt.

Typerend vond ik een situatie die in beide groepen voor is gekomen. Ik vertelde over de eerste zes weken binnen Agora. Die weken waren redelijk moeizaam te noemen. Onze leerlingen kwamen niet met vragen. Ik heb aan de aanwezige studenten en docenten gevraagd wat daar de reden van zou kunnen zijn. In beide sessies stak slechts een tweetal studenten de vinger op om een antwoord te geven. Dat was ik bij Agora inmiddels niet meer gewend. Ik kon het niet laten om te vragen waarom de anderen niet reageerden. Het antwoord hierop is misschien wel typerend voor het onderwijssysteem en hoe we dit in stand houden: “We durfden niet te antwoorden, omdat we niet wisten of het antwoord goed was“.

De presentatie die ik gegeven heb, is terug te vinden op:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *