Beoordelingsrubrieken (of rubrics) ‘in tekst’ worden in het voortgezet onderwijs steeds meer gebruikt om feedback te geven, en om te bepalen in welke mate een leerling een bepaalde vaardigheid beheerst. In dit project wordt in kaart gebracht welke mogelijkheden rubrics met videovoorbeelden bieden om de vaardigheden presenteren, samenwerken en informatievaardigheid op een (meer) valide wijze formatief te toetsen in de VO-onderbouw.

Zowel voor het aanleren als het beoordelen van complexe vaardigheden is het belangrijk dat leerlingen en leraren een goed beeld hebben van wat die vaardigheden nu eigenlijk concreet inhouden. Wat wordt er op elk niveau van de leerling verwacht? De beoordelingsrubrieken delen een complexe vaardigheid op in deelvaardigheden en in niveaus, en beschrijven kwaliteitscriteria voor elk van de deelvaardigheden en niveaus. Maar dat zijn beschrijvingen.

In dit onderzoek ontwikkelen docenten, onderzoekers en leerlingen samen beoordelingsrubrieken met daarbij videovoorbeelden. Vervolgens wordt het effect van het gebruik van deze rubrieken met videovoorbeelden getest in scholen die niet hebben meegewerkt aan de ontwikkeling. De verwachting is dat de beoordelingsrubrieken met videovoorbeelden in vergelijking met alleen tekstuele rubrieken leiden tot een betere beeldvorming van de vaardigheid en betere feedback tijdens het oefenen. Daardoor verwachten we uiteindelijk een verbeterde beheersing van de vaardigheid.

Het project moet als resultaat (her)bruikbare en gevalideerde beoordelingsrubrieken met videovoorbeelden opleveren voor drie complexe vaardigheden voor het Nederlandse voortgezet onderwijs (onderbouw). Daarnaast ontwikkelt het consortium een digitaal 360‐graden feedback‐ en beoordelingsinstrument dat scholen kunnen inzetten om leerlingen tussentijds feedback te geven op hun leerproces van een vaardigheid.

Het project Formatief toetsen van vaardigheden middels rubrics met videovoorbeelden in het voortgezet onderwijs wordt ondersteund door het NRO en duurt 3 jaar (vanaf 1 september 2015).

Naast het Welten-instituut van de Open Universiteit zijn docenten en leerlingen van het Sint-Janscollege, Agora/Niekée en het Grotiuscollege bij het onderzoek betrokken. De stichtingen waaronder deze scholen vallen (LVO en SOML), het Regional Centre of Expertise (RCE) Rhine-Meuse en het Welten-instituut zullen daarnaast, waar nodig, leraren van andere scholen bij het onderzoeks‐en ontwikkelingsproces betrekken om zo tot bredere betrokkenheid, toepasbaarheid en benutting van de resultaten te komen.

Partners

logos